Helaas... het woord sleen is niet aangetroffen in ons woordenboek. Bedoelt u misschien:
aanbellen, bellen, luiden
snel, wakker, glad, moeilijk, verkeerd, geheid,...
kwajongen, bengel, deugniet, schurk, patjakker,...
onverschillig, laks, duf, lusteloos, suf, logé, debiel,...
slag, overwinnen, tiktakken, beuken, knokken,...
houten muziekinstrument, fluit, hautbois, herdersfluit,...
drank
zoutziederij, zoutpan, zoutmijn, zoutkeet, zoutmeer,...
opera, wijs koning, bijbelse koning, Vroegere koning,...
wintersport, sneeuwsport, winterpret, sleden
ruisen, suizen
pellen, doppen, keukenwerk, jassen, ontbolsteren,...
tobben, tegenslag lijden, krukken, kwakkelen,...
babbelen
beuzelen
beuzelen, lanterfanten, leuteren, glijden, slepen,...